Veelgestelde vragen

Sinds 2006 geldt de pensioenfondsenrichtlijn EU Directive 2003/41/EG. Vanuit één EU-lidstaat mag volgens die richtlijn uitvoering gegeven worden aan de pensioenregelingen uit een of meerdere andere EU-lidstaten. Het is dus een grensoverschrijdend pensioenfonds. Zo¿n pensioenfonds wordt ook wel een IORP genoemd. Dit staat voor Institution for Occupational Retirement Provision. Waar in Nederland De Nederlandsche Bank toezicht houdt op de pensioenfondsen geldt voor zo¿n IORP dat het land van vestiging het toezicht verzorgt. Dit toezicht betreft vooral de eisen rondom buffers en financiering, maar ook governance. Voor de pensioenovereenkomst blijven de fiscale, sociale en arbeidswetgeving van het land van de werkgever van toepassing.

Nee, voor iedere pensioenregeling wordt het vermogen/het geld apart gehouden. Dit wordt `ringfencing¿ genoemd. Het kan dus niet zo zijn, dat in de ene pensioenregeling er een tekort is en dit wordt aangevuld vanuit een andere pensioenregeling. Het geld van elke pensioenregeling wordt apart gehouden. Dit is anders dan bij een bedrijfstakpensioenfonds of een collectiviteitskring in een APF.

Het opzetten van een Europees pensioenfonds is een dure aangelegenheid. Alleen heel grote ondernemingen die de pensioenregelingen in meerdere landen willen combineren in één pensioenfonds richten zelf een IORP op. Voor minder grote ondernemingen zijn de kosten voor het oprichten van een eigen fonds te hoog in vergelijking met de voordelen.

United Pensions is een al bestaand cross-border pensioenfonds, waarin verschillende ondernemingen kunnen meedoen. Als werkgever hoeft u dus zelf niets op te zetten en kan u gebruik maken van de structuur die al bestaat. De kosten worden ook gedragen door meerdere bedrijven, waardoor deze lager zijn dan in een eigen pensioenfonds.

Verder is er ook geen eigen bestuur voor uw pensioenregeling. Er is één professioneel bestuur voor heel United Pensions. Dit bestuur mag geen besluiten nemen over de verschillende pensioenregelingen of over de financiering, die afspraken zijn allemaal op voorhand vastgelegd in de juridische documenten van elke pensioenregeling.

Er mogen andere rekenregels gehanteerd worden, mits de toezichthouder hiermee instemt. Dit betekent, dat de premie voor de pensioenopbouw stabieler is en minder sterk afhangt van de rekenrente die telkens verandert. Ook de buffers worden anders berekend zijn lager dan in Nederland. De financiering is gericht op de lange termijn, waardoor in het algemeen de benodigde buffers lager zijn. Doordat de regelgeving in België niet in beton gegoten is, is er maatwerk mogelijk per onderneming en kan de financiering van de pensioenen dus ingericht worden in overeenstemming met de stabiliteit van de werkgever.

Uitgangspunt voor een IORP is dat er altijd voldoende geld aanwezig moet zijn om de pensioenen te dekken. Het doel is om deelnemers en pensioengerechtigden te beschermen. De Europese regelgeving geeft aan dat de toezichthouder in het land van vestiging van de IORP erop moet toezien dat de pensioenregeling voldoet aan de geldende regelgeving, maar schrijft niet voor hoe. Het is dus niet zo dat er geen toezicht is, er is wel degelijk sprake van regelgeving.

Het toezicht in België is niet minder strikt dan in Nederland, maar Belgische pensioenfondsen zijn anders georganiseerd dan Nederlandse pensioenfondsen. Het grootste verschil ligt in het feit dat een Belgisch pensioenfonds (en dus ook de IORP) een middelenverbintenis heeft (wat wil zeggen dat het pensioenfonds zo goed mogelijk zijn best moet doen om een bepaald resultaat te halen). De uiteindelijke resultaatsverbintenis (nl. ervoor zorgen dat de werknemers hun pensioenuitkering krijgen) ligt bij de werkgevers (de bijdragende ondernemingen).

Dit verklaart waarom naar Belgisch recht korten van de pensioenrechten niet mogelijk is zolang er een werkgever is. Die zal immers altijd en in alle omstandigheden moeten bijspringen om de voor het verleden verworven pensioenrechten te garanderen. Deze juridische achtergrond speelt een rol in de wijze waarop de verplichtingen worden gewaardeerd, de parameters voor de waardering en de manier waarop de dekkingsgraad bepaald wordt. Voor Nederlandse pensioenregelingen is dit uiteraard anders. Bij Nederlandse pensioenfondsen kunnen de opgebouwde pensioenen wel gekort worden in geval van een te lage dekkingsgraad, ongeacht of de werkgever nog bestaat. Er is slechts in een zeer beperkt aantal gevallen een bijstortingsverplichting. Als een Nederlandse pensioenregeling wordt uitgevoerd in het Belgische prudentiële kader, dan is de Nederlandse sociale en arbeidsvoorwaardelijke wetgeving van kracht en kunnen de opgebouwde pensioenen dus wel gekort worden. Dit moet dan wel expliciet zijn opgenomen in de toezegging richting de deelnemers.

De Belgische toezichthouder (FSMA) heeft evenals de DNB het belang van de deelnemer voor ogen en het toezicht is hierop afgestemd. In beide landen moet het toezicht voldoen aan Europese wet- en regelgeving. Voorts is het belangrijk te weten dat alle zaken die gerelateerd zijn aan het Nederlandse sociale en arbeidsrecht onverkort van toepassing blijven binnen de nieuwe situatie, en ook nog steeds onder de controle vallen van de Nederlandse toezichthouder. Kortom, niet minder toezicht maar ander toezicht.

In België moet voldaan worden aan de Wet IBP (Wet betreffende het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening). Deze wet kent geen specifieke, kwantitatieve voorschriften voor rekenrente, buffereisen, herstelplannen en kostendekkende premie.

Dit is dus anders dan in Nederland, waar De Nederlandsche Bank alles tot in de details voorschrijft. Dit wordt ook wel `rule based¿ toezicht genoemd. Het toezicht van de Belgische toezichthouder FSMA is `principle based¿.

De werkgever mag zelf de uitgangspunten voor de premiestelling en buffers en dergelijke bepalen, maar moet de FSMA ervan overtuigen dat op deze wijze de afspraken met de werknemers nagekomen kunnen worden. Hiervoor moet een uitgebreid dossier worden ingediend, waar ook diepgaande berekeningen deel van uitmaken. De FSMA houdt hierbij rekening met de omstandigheden van de onderneming: hoe solvabel en kredietwaardig is de onderneming?

De grondregel is en blijft dat de pensioenverplichtingen ten alle tijden volledig gedekt moeten zijn.